Header image

 

 

Voorstelling

Reglement

Koninklijke Vereniging

Entiteiten

A.V.

Vriendschapsdag

Lidmaatschap

Lijst leden

TTr Geschiedenis

Maj Housiau

St Gabriel

70 jaar Franse Tr

Bevriende Vereniging

Varia

Contact

GESCHIEDENIS VAN HET TRANSMISSIE WAPEN

Eersteling

De kunst van het verzenden van optische signalen over afstand gaat terug tot lang vervlogen tijden. Gedurende de Medische Oorlogen had de Koning der Perzen van een plaats naar een andere een linie wachtposten opgesteld die elkaar met de stem berichten overbrachten. De Griekse en Romeinse legers beschikten over een gesofisticeerd systeem van optische signalen. De Galliërs wisselden berichten over de bewegingen van Caesar's legers onder elkaar uit met behulp van vuren die op heuvels werden ontstoken.

 

Kusttelegraaf in 1913

Vanaf de Middeleeuwen tot de Moderne Tijden lijken de legers minder interesse gehad te hebben voor transmissiemiddelen. De legers van de Republiek waren de eersten die de telegraaf gebruikten. Het is de ingenieur Claude Chappe die de eerste telegrafielijn tussen Lille en Parijs opricht. Deze lijn, die ingewijd werd in 1794, werd gebruikt om aan de Conventie de inname van Conde-sur-Escaut aan te kondigen. De Chappe-telegraaf bleef in dienst tot in 1844 toen de elektrische telegraaf in gebruik werd genomen. De eerste militaire toepassingen van dit systeem bevinden zich na 1850, bijvoorbeeld tijdens de Krimoorlog (1854 - 1855), tijdens de campagne van Italië geleid door Napoleon III (1859), tijdens de Secessie- oorlog (1861 - 1865) en ook tijdens de veldslag van Sadowa (1866).

Gelijktijdig komt ontwikkeling van andere technieken : de transmissies bij middel van elektromagnetische golven gebaseerd op de theorie van Maxwell in 1865, de proefnemingen van Hertz in 1888 en de telefoon uitgevonden door Bell in 1876.

Telegrafisten in de Belgische Strijdkrachten tot 1918

De grote veldtochten van het midden van de XIXe eeuw hebben de rol en het belang aangetoond die het gebruik van de telegrafie voor de legers kon meebrengen. Zo beslisten ook de Ministerie van Oorlog en de Ministerie van Openbare Werken in 1865 tot de oprichting van een Sectie van Militaire Telegrafisten. De opdracht van deze sectie, gehecht aan de Genie, bestond in de uitbating van het telegraafnet van de Versterkte Vesting van Antwerpen, terwijl de Burgelijke Administratie belast was met de oprichting, de uitrusting en het onderhoud van dit net. Aldus ontstond in het Belgische Leger de kern van onze huidige Transmissietroepen. Telegrafisten en Radiotelegrafisten zullen wezenlijk deel uitmaken van de Genie en binnen dit wapen mee evolueren tot in 1960, dan zullen de Transmissietroepen een autonoom wapen worden. In 1868 wordt een nieuwe etappe onder de impuls van de Kapitein Pierre VAN DEN BOGAERT overschreden: de oprichting van een Compagnie Telegrafisten wordt bevolen. Deze officier heeft inderdaad de doeltreffendheid van de telegraafdiensten in het kader van militaire operaties tijdens een studiereis in de Verenigde Staten kunnen beoordelen gedurende de Secessie Oorlog.

 

Kusttelegraaf in 1913

In 1870, wordt het Belgische Leger op oorlogsvoet gezet in reden van de gebeurtenissen.
De Compagnie Telegrafisten wordt dan opgesplitst, een deel in Antwerpen en de andere gedetacheerd aan het Grote Hoofdkwartier van Brussel. Een grote etappe is zojuist overschreden, want de autoriteiten hebben nu het belangrijkste belang van de transmissies begrepen in geval van conflict. De ondervinding van de grensbewaking door ons leger, ontplooid over gans het nationaal grondgebied dat gevaarlijk gekneld lag tussen oorlogvoerende machten, deed de noodzaak uitschijnen van een hervorming van het Belgisch militair apparaat.
                                                                                                                     
Bij de reorganisatie van 1874 werd het ganse Genieregiment geherstructureerd en werden de vijf speciale compagnies er administratief aan toegevoegd. Daarbij bevond zich de Compagnie van Plaatstelegrafisten en Vuurwerkmakers. Eén van hun opdrachten bestond uit de telegrafische verbindingen tussen de versterkte vestingen alsook de elektrische verlichtingswerken ervan. De Compagnie van Veldtelegrafisten die opgericht werd in 1874 had als opdracht alle telegrafische signalen en het optisch seinen te verzekeren ten voordele van het Leger te velde. Deze compagnie zal echter worden afgeschaft in 1902 en de telegrafistendienst zal gehergroepeerd worden in één enkele eenheid, namelijk de Telegrafistencompagnie genaamd, die nog in de militaire toepassingen van elektriciteit zal worden gespecialiseerd.

 

Duivenhokken

Duivenliefhebber post in de loopgraven (1917)
Militair duivenhok (1930)

Naast de Telegrafisten en de TSF-operatoren zullen de militaire Duivenhokken eveneens grote diensten bewijzen. Het eerste militaire Duivenhok werd waarschijnlijk opgericht in 1898 voor de Versterkte Vesting van Antwerpen. In 1902 worden de Versterkte Plaatsen te Luik en Namen er eveneens van voorzien. Aan de vooravond van het eerste wereldconflict wordt de dienst van de Duivenhokken verzekerd door een van de speciale compagnies van de Genie, namelijk de Compagnie van Werklui en Luchtschippers. De Duivenhokken verdwijnen bij de val van de Versterkte Vestingen, maar later zullen zij worden heropgericht te Calais binnen de Compagnie van Luchtschippers en er een onafhankelijke dienst van uitmaken.

De Dienst van de Duivenhokken zal in 1920 tot het Korps van de Transmissietroepen behoren gescheiden van Genie. Hij zal de Centrale Duivenhokken van Vilvoorde en verschillende beweeglijke duivenhokken omvatten.

Misschien is het wenselijk om hier eraan te herinneren dat, tijdens de oorlog 1940-1945, duiven met successen zullen gebruikt worden door netwerken van de Verzet als CAROL en BAYARD. Dank zij dit kostbare pluimvee zullen de Britse diensten meer dan duizend berichten verzamelen afkomstig uit het Werelddeel, waarvan 40% met inlichtingen van het hoogste belang.

Draadloze Telegraaf tot 1918
                                                                                 
De Telegrafistencompagnie was evenwel sinds 1903 begonnen met de studie van de TSF. Een zend- en ontvangsttoestel zal er worden gebouwd en op punt gesteld. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog beschikte men echter slechts over drie nieuwe toestellen (Telefunken, Marconi, Goldschmidt). Luitenant POLIET die als een groot figuur in het transmissiewapen beschouwd moet worden, zal als eerste een militaire TSF-dienst organiseren en leiden.

In 1913 wordt het leger grondig geherstructureerd. Twee nieuwe Compagnies van Telegrafisten en Verkenners worden opgericht en toegevoegd aan het Geniebataljon van de Versterkte Vestingen van Luik en Namen

Draadloze telegrafie toestel met gedempte golven aangelegd te Antwerpen in 1906
Onrechtstreeks stijgen radiopost met ontvangstantenna (1916)

Het Leger wordt gemobiliseerd op 1ste augustus 1914. Elk van de zes Legerdivisies, de Cavaleriedivisie en het Groot Hoofdkwartier krijgen een Sectie Telegrafisten tot hun beschikking. Een nieuwe Telegrafistencompagnie wordt gevormd en toegevoegd aan de Versterkte Vesting van Antwerpen.
 
Tijdens de eerste maanden van het conflict wordt het gebrek aan aangepaste transmissiemiddelen ten voordele van het Leger te velde zeer goed aangevoeld. Vanaf januari 1915 worden de Secties omgevormd in Pelotons en vervolgens vanaf januari 1917, in Compagnies. Deze laatste leveren een Peloton aan elke Leger- en Infanteriedivisie. De Sectie Telegrafisten van het Groot Hoofdkwartier wordt eveneens omgevormd tot een Compagnie en vervolgens gehergroepeerd met een Compagnie van Legertelegrafisten, (gevormd door elementen van de Telegrafistencompagnie van de Plaats Antwerpen, die waren ontsnapt na de overgave en opnieuw werden samengesteld te Calais), teneinde een Bataljon te vormen.

In februari 1915 werd een Technische Directie van de militaire TSF opgericht en vervolgens, naargelang nieuw materieel wordt aangeschaft, worden TSF-secties ingedeeld bij elke Legerdivisie.In1918 worden twee Compagnies TSF op Legerniveau gevormd en de TSF-secties van de Divisies worden Pelotons

 

Aan het begin van het conflict bevindt de draadloze telegraaf zich op zeer hoge niveau, want de techniek legt de oprichting van apparaten met groot volume op, zeer zwaar dus weinig praktisch, en die zeer slecht aangepast zijn tot een eventueel gebruik op lagere niveau. Het grootste gedeelte van de transmissies wordt per telefoon uitgevoerd. De optische signalisatie, estafettes op paard, met fiets en motorfiets, en de duiven worden zeer veel gebruikt. Enkele zeldzame auto’s doorlopen de troepen in rust, bestuurd door hun eigenaars meestal vrijwilligers. Daarna zal het bouwen van minder omvangrijke posten het mogelijk maken om TSF op lager niveau van de landkrachten te gebruiken. Tijdens het hele conflict zal de TSF als een hulpmiddel beschouwd worden, tenminste voor wat de grond communicaties betreft. In deze onbeweeglijke oorlog lijkt de telefoon veel zekerder.

 

Paard kar met radiopost K (1915)
12 Kw Marconi post op automobiel Sheffield-Simplex (1922)

Tijdens de hele oorlog hebben telegrafisten vaak in de schaduw gewerkt. Bijna onbekend hebben zij door hun heldhaftigheid echter bijgedragen tot de definitieve overwinning. Zonder uitstel hebben zij communicaties opgesteld vanuit beknopte schuilplaatsen. Zij hebben verbindingen opgesteld en onderhouden in zeer gevaarlijke situaties. Bij voorbeeld voor de lijnleggers is het niet voldoende om de telefonische draden en de posten op het front en aan de achterkant te plaatsen; men moet nog ze beschermen, ze onttrekken van de vernielingen van de granaten die het terrein voortdurend ploegen. De kabels moeten dus begraven zijn. Daarvoor werden talloze loopgraven op het Yser front gegraven. Reusachtige onderneming, aangezien hetzelfde front door een telefoonnet van 20.000 kilometers zal gewezen worden. Estafettes hebben eveneens duizend gevaren gelopen; op ieder ogenblik hebben zij hun leven in gevaar gebracht om de berichten te dragen onder een stortvloed van ijzer en vuur

Al deze transmetteurs hebben zich aan de grootte van hun taak getoond tijdens deze oorlog. Hun rustige moed heeft menige keer de heldhaftigheid even aangeraakt en de bewondering van hun wapenbroers veroorzaakt.

De volgende vergelijking zal beter tonen de aanzienlijke ontwikkeling van de transmissies tijdens het conflict.


Op 1 augustus 1914 vertegenwoordigen de eenheden telegrafisten een totaal van 569 mannen waarvan 11 officiers. Het materiaal omvat 200 kilometers draad, 108 veldtelefonen, enkele vlaggetjes, enkele signalisatie lampen en de TSF posten om de Versterkte Vestingen van Luik, Antwerpen en Namen uit te rusten, aldus de GHK en de Afdeling Cavalerie.

Lijnlegger telegrafisten tijdens de overstromingen op het Yser front

In 1918 dank zij de inspanningen toegekend door het Hoge Commando, zullen dezelfde eenheden 1962 mannen bevatten waarvan 35 officiers, 5340 kilometers draad, 4900 veldtelefonen, 3734 vlaggetjes, 2550 signalisatie lampen en het leger bezit 1500 radiotelegrafisten en 600 zendontvangst radioposten.

Wij moeten niet vergeten dat, sinds 1915, de Franse Generaal G. FERRIE de radiopeiling heeft ontwikkeld die de plaats van de vijandige zenders kan nasporen.

Langs een andere kant op het westerse front worden radiotelegrafiste luchtgrond verbindingen met vliegtuigen of observatieballonnen tewerkgesteld vanaf 1916. In dit laatste geval zijn de waarnemers in generaal door kabel verbonden aan de artillerie en het commando. Wij kunnen dus vaststellen dat een zeer aanzienlijke evolutie het transmissie gebied heeft omverworpen tijdens het verloop van de 1914-18 oorlog

 

De TTr tussen de twee oorlogen

Na de vrede wordt het Leger geleidelijk gedemobiliseerd. De Transmissie-eenheden worden gehergroepeerd op het einde van 1919. Het Bataljon Telegrafiste bevat een compagnie ingedeeld bij het Bezettingsleger, twee opleidingscompagnies en een parkcompagnie. Het Bataljon Radiotelegrafisten daarentegen omvat alle TSF-formaties. Alhoewel beide eenheden van elkaar afhankelijk zijn, is men er zich vrij snel van bewust dat zij elkaar eerder zouden moeten aanvullen en vervangen. In deze optiek wordt op 15 mei 1920 het Corps der Transmissietroepen opgericht. Daarin worden alle Telegrafisten, Radiotelegrafisten, Dienst der Duivenhokken en het Bataljon Verkenners opgenomen. Dit laatste zal enkele maanden later naar de Artillerie overgaan.

Door de reorganisatie in 1923 wordt het Corps der TTr, het Regiment der TTr en alle technische formaties van de Genie gehergroepeerd in een Brigade van Technische Troepen die het Regiment der TTr, het Regiment van de Spoorweg en het Bataljon Pontonniers omvat. Op 15 mei 1925 worden de Technische Diensten en Troepen van de Transmissies opgericht, die een Staf, het Regiment TTr en een Technische Dienst omvatten.

Op 24 april 1928 overhandigt Koning Albert I een vaandel aan Kol HUYGHE, commandant van het Regiment TTr. De vermeldingen "Veldtocht 1914-1918», werden er in gouden letters op geborduurd.

TSF post tewerkgesteld door het Regiment TTr (1935)

In 1930 wordt de vuurkoord met de kleuren van het oorlogskruis aan het Regiment TTr toegekend, gemachtigd om op zijn vaandel de namen van de veldslagen van "IJzer", en "Vlaanderen 1918" in te schrijven waaraan telegrafisten en radiotelegrafisten met een buitengewone moed hebben deelgenomen

In de schoot van het Regiment wordt in oktober 1935 een Dienst voor Afluistering en Peiling opgericht en dit op initiatief van bepaalde officieren, gespecialiseerd in radiopeiling. Op hetzelfde moment worden een Schoolcompagniealsook een Depotcompagnie samengesteld.  Enige tijd later wordt een codeerafdeling gevormd binnen de Dienst voor Afluistering en Peiling. Ook een Luchtvaartcompagnie wordt samengesteld binnen het Bataljon TSF teneinde de luchtgrond verbindingen te verzekeren ten voordele van de toestellen voor militaire luchtvaart.

Vanaf 1938 worden Gemengde Pelotons (telegrafisten en radiotelegrafisten) gevormd voor de Versterkte Vestigingen van Luik en Namen alsook een Compagnie Alarmradiotelegrafisten teneinde een alarmnet op te richten. Gemengde Pelotons voor de twee Divisies Ardense Jagers verschijnen eveneens in het Regiment TTr. De Pelotons van de Versterkte Vestingen van Luik en Namen worden samengebracht in een Gemengde Compagnie. Deze vormt met de Alarmcompagnie en de Luchtvaartcompagnie het derde Bataljon van het Regiment TTr. De Afluister- en Peilingsdienst wordt er aan toegevoegd in 1939.

In 1939, op de vooravond van de oorlog, beschikte België over de volgende Transmissietroepen :

  • een Staf van het Regiment;
  • een Bataljon Telegrafisten met vier compagnies, "T" genoemd;
  • een Bataljon Radiotelegrafisten met vier radiocompagnies;
  • een Gemengd Bataljon, met een Compagnie Aeronautiek, een Alarmcompagnie, een Gemengde Compagnie en een Luister- en Peilcompagnie;
  • een Compagnie Depot en Duivenhokken;
  • een Transmissieschool gegroeid uit de Schoolcompagnie.

 

 

De TTr tijdens de tweede wereldoorlog

Op 1ste september 1939 beslist de Belgische Regering het Leger in staat van oorlog te brengen. Het Regiment TTr wordt opgesplitst in verscheidene veldeenheden. Een Bataljon TTr, die een Staf, een Compagnie Telegrafisten en een Compagnie Radiotelegrafisten omvat wordt ingedeeld bij elke actieve Infanteriedivisie en Divisie van eerste reserve. Zij dragen het nummer van de I.D. waartoe zij behoren (1 tot 12). De Infanteriedivisies uit de tweede reserve krijgen elk een Compagnie TTr die een peloton Telegrafisten en een peloton Radiotelegrafisten omvat; deze compagnies worden genummerd van 13 tot 18. De Cavaleriedivisies daarentegen krijgen elk een Bataljon TTr en de Divisies Ardense Jagers een compagnie. Eveneens wordt een Bataljon TTr toegevoegd aan elk van de vier eerste Legerkorpsen, en een Compagnie TTr aan elk vna de drie Legerkorpsen van tweede reserve. Cavaleriecorps echter krijgt een bataljon TTr. Op legerniveau bestaan verder nog het Regiment TTr, de Compagnies TTr van de Versterkte Vestingen, een Bataljon TTr LVG (Luchtverdediging van het Grondgebied) en een Compagnie TTr voor de Achterzone. De Transmissieschool wordt ontbonden teneinde het 40ste Bataljon TTr te vormen dat geïntegreerd wordt in het R.O.C./ Genie.


Het is hier, evenmin als voor de oorlog 1914-1918, mogelijk de gebeurtenissen omstandig te verhalen. Laten we dus enkel eraan herinneren dat de TTr van 1940 hun plicht deden in alle omstandigheden, zelfs de meest verrassende omwille van hun nieuwheid en hun onverwacht­heid. Noch de onophoudelijke troepenverplaatsingen, noch de moordende bombardementen en het onderhouden spervuur van de vijandelijke artillerie konden de Transmissietroepen beletten hun gevechts­opdracht uit te voeren.

Welke betere hulde kan er gebracht worden aan de moed van de TTr in 1940 dan het opschrift, toegestaan door het Legerdagorder Nr.114, op het vaandel der Transmissietroepen, van de bondige maar glorievolle vermelding : "Veldslag in België 1940"?

Vanaf oktober 1941 omvat de Stafcompagnie van de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië een Sectie Signals. Bij de vorming van de 1ste Groepering (Brigade Bevrijding) wordt deze sectie een onafhankelijke eenheid die onder het bevel van Commandant RICHIR deel zal nemen aan de veldtocht in Frankrijk, België en Holland. In Belgisch Kongo zullen de Transmissie-eenheden eveneens een belangrijke rol spelen tijdens de veldtocht van Abessinië (1941) en binnen het Belgisch Expeditiecorps in het Midden-Oosten.

De overgave bracht de ontbinding mee van de transmissieeenheden maar stelde daarom nog geen einde aan de gevechtsactiviteiten van al de TTr. Sommigen, krijgsgevangen in Duitse kampen, openbaarden er hun vernuft en slaagden erin rudimentaire radioontvangers te bouwen die hen toelieten de geallieerde nieuwsberichten te beluisteren en te verspreiden en, op die manier, de moraal en het geloof in de eindoverwinning bij hun gevangen kameraden wakker te houden. Anderen vervoegden de rangen van de Weerstand en bevochten de vijand in 't geheim.

 

De TTr na de oorlog: voortdurende reorganisatie

De werkelijke heropleving van de Transmissietroepen begint vanaf maart 1945. Binnen de 3de, 4de en 5de Infanteriebrigades wordt een Transmissiesectie opgericht. Vervolgens worden vanaf eind 1945 de lste , 2de en 4de Bataljons TTr opgericht, bestemd voor de lste  en 2de I.D. en voor het 1ste Corps. Deze drie eenheden liggen aan de basis van alle andere Transmissieformaties die later in Duitsland zullen worden samengesteld.

Bij de reorganisatie in 1948 worden de volgende nieuwe eenheden opgericht : het 3de Regiment TTr ingedeeld bij de 3de I.D., het 5de Regiment TTr op legerniveau, het 11de Regiment TTr voor de Basis en het 12de Regiment TTr dat zorgt voor de transmissies voor de Binnenlandse Verdedigingsstrijdkrachten. De lste , 2de en 4de Bataljons worden omgevormd tot de 1ste , 2de en 4de Regimenten TTr. In 1949 daarentegen worden de 1ste en 3de Regimenten TTr ontbonden.

In 1951 wordt de Amerikaanse organisatie overgenomen en dit brengt een grondige herstructurering van de transmissies met zich mee, die nog altijd tot de Genie behoren.

  • Het 2de Regiment TTr wordt omgevormd tot de 2de Compagnie TTr ingedeeld bij de 1ste I.D.
  • Het 4de Regiment TTr, omgevormd tot 4de Bataljon TTr, wordt aan het 1ste Corps toegevoegd.
  • De 6de Compagnie TTr wordt in mei 1951 opgericht in het kader van de 16de Pantserdivisie.
  • De 7de Compagnie TTr wordt te Luik opgericht en ingedeeld bij de nieuwe 4de I.D.
  • De 81ste Compagnie Supply wordt opgericht in september 1951 teneinde logistieke steun te verzekeren voor de eenheden van het 1ste Corps.
  • Het 5de Regiment TTr wordt 5de Bataljon TTr en gaat over naar de BVS.
  • Het 11de Regiment TTr wordt 11de Bataljon TTr en geherstructureerd in een constructiebataljon voor de BVS.

In 1954 wordt een nieuwe reorganisatie van de Transmissies doorgevoerd. Binnen de interventiestrijdmacht in de Duitse Bondsrepubliek wordt de 1ste Groepering TTr opgericht die bevat :

  • het 21ste Bataljon TTr (Aanleg van verbindingen)
  • de 32ste Compagnie TTr (Support)
  • de 81ste Compagnie TTr (Ravitaillering en Maintenance)
  • het 4de Bataljon TTr wordt het bataljon beheer van de lnterventiemacht
  • de 1ste Compagnie ASSU (Luchtsteun), komende van het 11de en vervolgens van het 4de Bataljon TTr wordt ingedeeld bij het 1ste Corps.

De Transmissies van de Binnenlandse Verdedigingsstrijdkrachten ondergaan eveneens een belangrijke herstructurering. De 2de Groepering TTr wordt samengesteld en omvat naast zijn Hoofdkwartier :

  • het 5de Bataljon TTr (Beheer en Veiligheid),
  • de 100ste Compagnie TTr (Constructie), ex-10de Compagnie TTr opgericht in 1951 te Mechelen,
  • de 110de Compagnie TTr/ B.V.S. die voortkomt uit het 11ste Bataljon TTr, ontbonden en gestationeerd te Mons,
  • de 162ste, 164ste en 166ste Compagnie TTr (Bevoorrading en Maintenance),
  • de 110de Compagnie TTr/B.V.S  afkomstig van het ontbonden 11de  Bataljon TTr

Op 30 april 1956 verdwijnt de 7de Compagnie TTr samen met de 4de I.D.
De 22ste Compagnie TTr (Radio-interceptie) wordt opgericht in 1957 en toegevoegd bij het 1ste Corps.
In hetzelfde jaar wordt de 44ste Compagnie TTr opgericht als radio-interceptie-eenheid voor de Binnenlandse Verdedigingsstrijdkrachten.

Het jaar 1958 brengt nieuwe herstructureringen met zich mee. In België wordt het 12de Bataljon TTr afgeschaft en dit brengt de oprichting met zich mee van de 121ste, 122ste en 123ste Compagnies TTr die respectievelijk worden ingedeeld bij de 1ste , 2de en 3de Militaire Gebieden. Bij de Interventiemacht in de Duitse Bondsrepubliek wordt het 8ste Bataljon TTr (Ravitaillering en Maintenance) opgericht vanaf de 81ste Compagnie Supply; het 14de Bataljon TTr (Transmissies voor de Logistieke Zone van het Corps) wordt gevormd vanuit de 32ste Compagnie TTr. Het 4de Bataljon TTr wordt Organiek Bataljon voor het Voorwaarts Corps.

Het jaar 1960 is opmerkelijk in de geschiedenis van de Transmissies van het Belgische Leger. Met het Koninklijk Besluit van 25 augustus 1960 worden de Transmissies onafhankelijk. Een Algemene Directie en een lnspectie van de Transmissies worden opgericht. Vanaf dan dragen de TTr's niet langer de kentekens van de Genie, die ze vanaf hun oprichting hadden gedragen. De kleuren wit en huzarenblauw worden hun toebedeeld, evenals een nieuw kenteken en een nieuwe slagzin "Omnia Conjungo".

De Paus PIE XII heeft de Aartsengel Gabriel Hemelse Patroonheilige van de Telecommunicatie verklaard op 12 januari 1951; Aartsengel Gabriel wordt deze de
heilige van alle TTr in 1960.

Wagen met automatische telefooncentrale (1965)
Berichten overgemaakt per verreschrijvers met automatische cijfering

De 1ste Groepering TTr wordt afgeschaft in 1960. De taken ervan, evenals deze van de Sectie Transmissies van de Staf van het 1ste Corps, worden overgenomen door het Commando van de Transmissies van het 1ste Corps dat op dat ogenblik wordt opgericht. Dan wordt ook de 22ste Compagnie TTr ontbonden. De 44ste Compagnie TTr, opgericht in 1957, wordt ingedeeld bij het 1ste Corps; deze is gespecialiseerd in elektronische tegenmaatregelen. Teneinde de transmissies te verzekeren in de achterzone van de gevechtszone wordt de 17de Compagnie TTr samengesteld. De 2de en 6de Compagnie TTr worden in 2de en 6de Bataljons TTr omgevormd in Bataljons en toegewezen aan de twee Divisies van het Legercorps. Wat de 13de Compagnie TTr betreft, die samengesteld werd in 1961, dient gezegd dat deze de transmissies verzekert voor het Hoofdkwartier van de Legergroep Noord (NORTHAG).

In België ondergaan verscheidene TTr-eenheden alweer een reorganisatie. De 110de Compagnie TTr wordt afgeschaft in 1960. In 1961 worden de 100ste Compagnie TTr/B.V.S., 162ste , 164ste en 166ste Compagnies TTr voor Bevoorrading en Maintenance ontbonden.

In 1969 grijpt een belangrijke reorganisatie van de Landmacht plaats. Opnieuw zal dit gevolgen voor de Transmissietroepen hebben. Op 1ste maart 1969 wordt het 21ste Bataljon TTr afgeschaft. Op hetzelfde ogenblik wordt het 14de Bataljon TTr als dusdanig ontbonden teneinde de 14de Compagnie TTr te worden, ingedeeld bij de 1ste Divisie. Het zelfde geldt voor het 2de Bataljon TTr dat omgevormd wordt tot 2de Compagnie TTr en ingedeeld bij de 16de Divisie. De 20ste Compagnie TTr, die zal instaan voor de transmissies voor de Artillerie-eenheden met nucleaire capaciteit, wordt opgericht op 1ste maart 1969 en is afkomstig van de 2de en 21ste Bataljons TTr.

Op 1ste januari 1971 wordt het nieuwe Corps van de Logistiek opgericht, dat de vroegere Kwartiermeester, Transport, Ordonnance evenals de logistieke formaties van de Genie en Transmissies groepeert. Het 8ste Bataljon TTr, dat in de logistieke steun voorzag voor de eenheden van het 1ste Corps wordt afgeschaft en maakt vanaf dan deel uit van het nieuwe 8ste Bataljon Logistiek; de opdrachten van de 81ste en 83ste Compagnies worden overgenomen door de 270ste Compagnie Depot E en 231ste Compagnie Maintenance E. Het Depot voor TTr Materieel (Sijsele) en het As.I.A.T. (Vilvoorde) gaan eveneens over naar het Corps van de Logistiek.

Radiozender ontvanger met hoog vermogen (1965)

Op 1ste maart 1972 wordt vanaf de 121ste en 122ste Compagnies TTr de 12de Compagnie TTr (Infrastructuur Noord) opgericht. Deze Compagnies hebben als opdracht te zorgen voor de territoriale transmissies in het noordelijke gedeelte van het land. De 3de Compagnie TTr komt voort uit de naamsverandering van de 123ste Compagnie TTr die op 1ste maart 1974 werd ontbonden. Tot haar verantwoordelijkheid behoren de territoriale transmissies in het zuidelijke gedeelte van het land.

Een reorganisatie in 1978 brengt opnieuw een wijziging teweeg bij de TTr-eenheden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Vanuit de 12de Compagnie TTr wordt op 1ste september 1978 het 10de Bataljon TTr te Peutie opgericht. Zijn opdracht bestaat erin de exploitatie der transmissies te verzekeren van de Generale Staf evenals de territoriale transmissies van het noordelijke gedeelte van het land. De 3de Compagnie TTr wordt afgeschaft en opgeslorpt door het 5de Bataljon TTr dat eveneens geherstructureerd wordt; vanaf dat ogenblik bestaat zijn opdracht erin de exploitatie te verzekeren van de transmissies van de Staf van de Binnenlandse Strijdkrachten en de territoriale transmissies van het zuidelijke gedeelte van het land. In 1974 fusioneren de Transmissieschool en het Opleidingscentrum van de TTr, beiden in 1946, opgericht te Vilvoorde en te Mechelen, tot een enig opleidingsorganisme dat Centrum van de Transmissies en de Elektronica genoemd wordt en gestationeerd is te Peutie. De 44ste Compagnie TTr (ECM) wordt afgeschaft op 1ste maart 1980.
Leggen van veldlijnen met helicopter

Op 1ste november 1982 tenslotte fusioneert de 14de Compagnie TTr, intussen teruggekeerd naar Verviers in 1978, met de Compagnie HK van de 16de Divisie teneinde de Compagnie Hoofdkwartier en Transmissies van de 1ste Divisie te worden. Wat de 2de Compagnie TTr in de Duitse Bondsrepubliek betreft, deze fusioneert op haar beurt met het Eskadron Hoofdkwartier van de 16de Divisie en wordt Compagnie HK en Transmissies van de 16de Divisie. Deze compagnies worden afgeschaft in 1990.

De grote herstructurering van de TTr wapen leidt in 1990 tot de volgende organisatie:

  • 4 TTr wordt het Bataljon TTr van de Hoofdkwartieren van het Corps;
  • 6 TTr wordt Bataljon TTr Knooppunten van het gemaasde net van het Corps;
  • 5 TTr wordt Bataljon TTr Beheer van de Hoofdkwartieren van de Binnenlandse Strijdkrachten;
  • 10 TTr Bataljon van de Territoriale Transmissie van de Binnenlandse Strijdkrachten;
  • 20 Cie TTr wordt Compagnie HF Radio voor het Corps gestationeerd te Verviers.

 

De huidige TTr

Vanaf 1990 werd het Transmissiewapen systematisch ingezet in alle humanitaire operaties die door België in de wereld worden uitgestuurd. Zo hebben de Verbindelaars de Belgische troepen ondersteund in Zaïre, in Rwanda, in Somalië, in Ex-Joegoslavië, in Haïti, in Kongo, in Albanië, etc.

Het verdwijnen van de Muur en de opening naar het Oosten bracht een omwenteling teweeg in de internationale verhoudingen. De vredesondersteunende operaties gaven een andere dimensie aan de inzet van Defensie terwijl de buitenlandse opdrachten elkaar opvolgden.

In 2000 werd tot een nieuwe herstructurering van de Strijdkrachten besloten. De Machten zijn verdwenen om door de "componenten" te worden vervangen. Het Transmissiewapen is in deze herstructurering verdwenen. De Landcomponent zal tegen 2015 beschikken over een commando (COMOPSLAND), twee gemechaniseerde brigades (Mec Bde), een aëromobiele brigade, steuneenheden aan de operaties en vier trainingskampen. Onder de opgerichte steuneenheden vindt men een groepering van de CIS-middelen ( Communicatie- en Informatiesystemen ). Deze Groepering CIS is de erfgenaam van het Transmissiewapen.
Zij omvat de volgende eenheden:

  • de 2 Gp CIS in St-Niklaas
  • de 4 Gp CIS in Marche-en-Famenne
  • de 5 Gp CIS in Doornik
  • de 6 Gp CIS in Peutie
  • de 10 Gp CIS in Leopoldsburg

De 2 GP CIS wordt in 2010 ontbonden end de 5 Gp CIS in 2011. Het Transmissie Wapen bestaat dus nu uit de actieve eenheden 4, 6 et 10 Gp CIS. Wij zijn zeer ver van de postduiven. Maar de vooruitgang stopt nooit en de CIS Groepen afkomstig van de Transmissietroepen zullen in de toekomst een zeer belangrijke rol  blijven spelen in verband met het lot van ons Vaderland.

 

 

KONINKLIJKE NATIONALE VERBROEDERING DER TRANSMISSIETROEPEN & CIS